MISVATTING 1. “Als de zon niet schijnt, heb ik geen warm water”

Een zonneboilersysteem bestaat uit collectoren en een opslagvat (boiler). Een zonnecollector ziet eruit als een zwarte plaat die meestal op het dak van je woning wordt geplaatst, maar ook op de gevel of zelfs op de grond kan worden geïnstalleerd. Hij vangt het zonlicht op, en met de energie van dat licht verwarmt hij de vloeistof die door de collectoren stroomt. Via een pomp gaat die opgewarmde vloeistof naar het opslagvat, waar ze via een warmtewisselaar haar warmte afgeeft aan het sanitair water. Ofwel is het gebruikswater daarmee warm genoeg, ofwel zorgt een naverwarming (een cv-ketel, warmtepomp of elektrisch element) voor bijkomende warmte om aan de nodige 45 tot 60 °C te geraken.

 

Aangezien een zonneboilersysteem niet werkt enkel op warmte, maar ook op het licht van de zon, kan het dus ook putje winter je sanitair water opwarmen. Zonlicht is er namelijk altijd, ook bij een troosteloze grijze hemel. De zonnestralen bereiken ons immers niet alleen direct, maar ook indirect.